In de oudheid geloven oude Egyptenaren dat organen bij mensen moeten worden bewaard om na de dood in het leven te worden gebruikt.
Hippocrates, een oude Griekse arts, wordt beschouwd als de vader van de moderne geneeskunde en bekend als zijn beroemde eed.
In de middeleeuwen geloven veel mensen dat de ziekte wordt veroorzaakt door slechte krachten en inspanningen om de duivel bloot te stellen om de zieken te genezen.
In de 19e eeuw vonden artsen en wetenschappers dat ziekte kan worden veroorzaakt door micro -organismen zoals bacteriën en virussen.
Louis Pasteur, een Franse wetenschapper, ontdekte dat vaccins kunnen worden gebruikt om ziekten veroorzaakt door micro -organismen te voorkomen.
Alexander Fleming vond penicilline, het eerste antibioticum dat wordt gebruikt om bacteriële infecties te behandelen.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben veel vooruitgang geboekt op het gebied van geneeskunde, waaronder de ontwikkeling van bloedtransfusie en een betere medische noodhulp.
In 1967 maakte de dokter de eerste menselijke harttransplantatie ter wereld.
Moderne medische technologie zoals röntgenfoto's, MRI en CT-scan heeft de manier veranderd waarop we ziekten diagnosticeren en behandelen.
Momenteel wordt medisch onderzoek uitgevoerd om technologie te ontwikkelen die het menselijk leven kan verlengen en ziekten kan behandelen die niet eerder kunnen worden behandeld.